Gilbert goes America and Canada 1998

(part 1)…

door Gilbert Verkuijlen

                   

 

  

In dit verslag beschrijf ik mijn Jeepvakantie naar Amerika en Canada in 1998. Daar heb ik veel Jeepvrienden ontmoet die ik via e-mail ken (Jeep-List, JPOR etc.), en waarvan ik er al een aantal in Nederland heb ontmoet. Sommige vrienden hadden mij uitgenodigd om in hun huis te verblijven, terwijl ik met andere vrienden ben gaan eten en natuurlijk heb ik met de meeste Jeepvrienden ge-offroad. Vaak lieten ze me met hun Jeeps de verschillende trails rijden. In een aantal gevallen heb ik moeten tegenspartelen om ze ervan te overtuigen dat ze toch maar beter zelf konden rijden voordat ik grote schade met hun Jeep reed. De reis duurde bijna 6 weken en vond in september en oktober van 1998 plaats. Behalve in Jeeps ge-offroad, heb ik daar ook een aantal bezienswaardigheden en steden bezocht, zoals Vancouver (Canada), San Francisco, San José, Sacramento, Pismo Beach, Los Angeles, Las Vegas, Grand Canyon, Yellowstone National Park en Vancouver Island (Canada). Om de kosten aanzienlijk te drukken, zodat ik daar meer Jeep-onderdelen kon kopen (tweede missie van deze reis), heb ik een Chevrolet Scottsdale pick-up uit 1978 gekocht met camper / canopis en een dikke V8. In Nederland zou deze auto nooit door de keuring komen door de roest en emissie, maar het was een geweldige auto met veel ruimte voor Jeep-onderdelen en veel PK’s. De Jeeponderdelen heb ik onderweg gekocht en in Los Angeles in een container achtergelaten voor verscheping naar Nederland. Ik geef in dit verslag een gedeelte van mijn logboek met voornamelijk de offroad dagen. Daarbij deel ik het verslag in drieën, met in dit eerste deel een beschrijving van Moab, in het volgende deel een safety clinic in Hollister Hills en een verslag van Rubicon, en in het laatste deel (part 3) een trail in Hillsboro Oregon en een aantal trails op Vancouver Island (Canada). Het verslag is niet geheel chronologisch, omdat ik in dit deel offroad-plaats nummer één in de wereld wil beschrijven, Moab, en in het volgend deel de tweede beste offroad-plaats van de wereld, Rubicon.
 

En dit is 'ie dan: mijn Chevrolet met camper.

 

MOAB...

Dag 26 van mijn reis: maandag 28 september 1998

 

Ik loop een paar dagen achter met mijn logboek, maar het beschrijven van deze dag heeft mijn prioriteit. Maandag 28 september 1998 was de eerste dag dat ik een trail deed in Moab. De dag begon om 8.00 uur toen mijn wekker afging. De dag ervoor was afgesproken om rond 9.00 uur te verzamelen bij een supermarkt. Overigens heb ik de dagen hiervoor een verkeerde tijd op mijn horloge gehad. Ik was de tijdzone gepasseerd, waar ik pas na een aantal dagen achter kwam. Er was echter al sprake dat 9.00 uur (voor mij dus 8.00 uur) te vroeg zou zijn. Voor mij was het tijd om een verfrissende douche te nemen na al dat reizen. Terwijl ik na het douchen wat crackers (als ontbijt) aan het eten was, zag ik een paar Jeeps voorbij rijden. Dit bleken later ook Jeep-L’ers (van de e-mail lijst) te zijn. Ik zag dat de groep van Jeeper Bud Boren wakker was, dus ik ben naar hun toe gelopen. Ze waren voornamelijk alles aan het checken onder hun Jeep, zoals bouten en olie. Bart Jacobs kwam met zijn Jeep Cherokee XJ en vroeg of we vandaag nog een trail gingen doen. Na een half uur twijfelen, werd er besloten om de trail Moab Rim te doen. Dit is een korte trail die in 3 tot 4 uur te doen is. De vrouw van Bud Boren, Aileen, besloot om in de camper te blijven, dus Bud vroeg of ik met hem wilde meerijden. Dit was een grote eer voor me, want Bud is de populairste en bekendste Jeeper die ik ken. Zijn Jeep (CJ-7, ook wel bekend als Pokey) is ook de best uitgeruste Jeep die ik ken. Om een aantal accessoires te noemen: 6" National Spring lift (duurste systeem), 4.56 Ring and Pinion, Warn 12.000, Detroit locker in achteras (Dana 44) en Lockright in vooras (Dana 44), York aircompressor, lasapparaat aan boord, dubbele Optima’s, 35x12,50 BFG MT’s op 10" Alcoa velgen etc. De andere Jeeps die in de groep zaten: Bart Jacobs met een Jeep Cherokee XJ (5,5" lift), Ken met een Jeep Cherokee XJ (4" lift) en Mike Simpkin met een Ford Bronco. Al deze 4x4 voertuigen hadden lockers in de voor- en achteras, want anders kan je maar beter niet naar Moab gaan.
 

Moab Rim: het uitzicht geeft je een echte kick.

 

Eénmaal bij de trail aangekomen, zag ik dat de trail eigenlijk uit één grote beklimming bestond. De omgeving was ongelooflijk mooi. De ondergrond van de beklimming was voornamelijk lava. De gemiddelde snelheid ligt ver onder de 5 km/uur door de hoge dichtheid van obstakels: om de 5 meter was er wel een steile beklimming van een meter of hoger. Ken is vrij nieuw in Rock Crawling en moest dus een paar keer door een obstakel gegidst worden. Ongeveer op een kwart van de trail had hij zijn Cherokee bijna op zijn kant gelegd toen zijn linker voorwiel in een diep gat terechtkwam. Mike heeft hem achteruit uit het gat getrokken, terwijl Bud en Bart op de bumper gingen staan om wat contra-gewicht te geven. Eénmaal uit het gat, pakte Ken een andere lijn en kwam zonder problemen door / over het obstakel. Moab Rim is niet de plaats waar je met je Jeep over de kop wil slaan. Als dit op de verkeerde plaats gebeurt, stort je in een diepe afgrond en ben je verder voer voor de vogels of vissen als je het water in valt. Na ongeveer 1,5 uur offroaden zei Bart dat de moeilijkste obstakels al gepasseerd waren. Ongeveer 30-40 meter onder de top van de berg was er nog een interessant obstakel. Het was een 90º trap van ongeveer 70 centimeter hoog. Bart kwam er met gemak over heen en stapte dan ook niet uit om verdere aanwijzingen te geven. Bud en ik waren de volgende Jeepers. Bud nam net als Bart de linkerkant, wat ook de gemakkelijkste lijn was. Bud’s CJ-7 butste een paar keer op de rots en gleed steeds meer naar mijn kant (passagierskant). Ik bereidde me al voor op het ergste, en dat was dat de passagiersdeur naar binnen werd gedrukt door de rots naast me. Op dat moment kwamen de banden aan de voorkant los van de grond en kwam de rechter-achterband in een gat. Het resultaat was veel en veel erger dan ik me ooit kon voorstellen: we maakten een roll-over met de Jeep. Dit was mijn eerste roll-over en het gebeurde ook nog via mijn (passagiers-)zijde. Gelukkig hadden Bud en ik veiligheidsriemen aan, want anders had het helemaal fout voor ons kunnen lopen. Ik zag de roll-over op tijd aankomen, dus ik kon met mijn hoofd nog net op tijd naar links wegduiken.
 

Die wielen horen toch op de grond??

 

Eénmaal op z’n kop leek alles voorbij, maar een seconde later begaf de voorruit het, en zakte de Jeep nog verder naar beneden. Ik voelde wat druk op mijn hoofd, dus ik vreesde het ergste. De druk op mijn hoofd was de vloermat die op me lag. Het eerste wat Bud aan me vroeg terwijl we nog ondersteboven in onze stoelen hingen, was of alles goed met me was. We konden elkaar niet zien, omdat een hoop spullen van achter de stoelen tussen ons kwam. Bud was snel verlost uit zijn stoel, terwijl ik nog in mijn stoel hing. Ik zag hulp vanuit elke richting komen. Ik kon mezelf niet bevrijden, omdat mijn gewicht de veiligheidsriem vastzette. Bart liep om de Jeep heen en terwijl ik me van de grond afzette met me handen, drukte hij op de knop van de veiligheidsriem. Bud had halve deuren (nu kwart deuren) in zijn Jeep, dus ik kon er vrij makkelijk uit komen. Hij had de motor uitgezet terwijl wij de roll-over maakten (uit reflex), wat goed was, want anders zou de motor opgeblazen zijn. Bud’s Jeep heeft een injectiesysteem en de motor zou dus ook ondersteboven hebben gewerkt. Toen ik later de voorruit en het frame zag, besefte ik pas hoeveel geluk ik heb gehad. Een ander geluk was dat de Jeep Jamboree-racks achter de voorstoelen en op zijn reservewiel had, want die racks voorkwamen dat we naar achter rolden en een paar honderd meter verder in een dal terechtkwamen. Waarschijnlijk had ik dit verhaal dan niet kunnen navertellen.

 

Bud heeft / had op zijn Jeep een dubbele rollbar achter, maar geen volledige rollcage die bij de voorruit naar beneden loopt, wat de reden is dat de voorruit met frame na afloop ongeveer een halve meter kleiner was aan de bovenkant van de passagierszijde. Voor en tijdens de roll-over heb ik me met mijn rechterhand vastgehouden aan het handvat boven het handschoenenkastje, terwijl ik met mijn linkerhand mijn fototoestel vasthield. Het fototoestel en mijn zonnebril waren de eerste dingen die ik aan anderen gaf voordat ik me liet bevrijden. Ondersteboven was ik ook al de schade aan het inventariseren: de rechterbuiten spiegel lag voor me, dus het was duidelijk dat die afgebroken was en de motorkap was een stuk platter. Bud zei later dat zijn Jeep meer op een nieuwe Jeep Wrangler TJ leek door de platte motorkap. De eerst volgende upgrade die Bud aan zijn Jeep heeft gedaan is een volledige rollcage bouwen van het beste materiaal dat bestaat. Toen ik Bud vroeg of dit zijn manier is om mij te overtuigen dat hij een hard-core Jeeper is, antwoordde hij dat hij gewoon dom is geweest. Laat ik een analyse van de oorzaak geven voordat men denkt dat hij niet kan offroaden. De oorzaak is dat hij teveel speelgoed op z’n Jeep heeft: het aan-boord-lasapparaat van Bud is met een kabel verbonden aan het gassysteem en het chassis. Het doel hiervan is om de toeren van de motor hoog te houden als hij gaat lassen. Het probleem was dat de kabel van het lasapparaat strak werd getrokken door de flexibiliteit van het chassis tijdens de beklimming. Dus, deze kabel gaf gas terwijl Bud zijn voet van het gaspedaal had. Hier kon hij dus niks aan doen, echter de stommiteit van hem was dat hij wist dat dit kon gebeuren. Hij heeft dit ook ‘s morgens voor het offroaden gezegd en wilde de verbinding toen ook loskoppelen, maar had geen tijd meer. Toen de toeren in no-time op 4.000 per minuut zaten, draaide Bud de sleutel om, maar helaas hielp dat niet meer om de roll-over tegen te gaan. Zoals eerder beschreven, heeft dit wel zijn motor gespaard.
 

Hier zie je welke kleine trede ons fataal werd.

 

Veel grappen (Bud nam het nogal licht op), heel veel foto’s en een paar camcorderbanden later werd het tijd om de vettige kant van de Jeep weer naar beneden te laten wijzen. Natuurlijk hadden we al gekeken of er geen benzine lekte. Alleen de versnellingsbak lekte olie bij de pook (duh). De Ford Bronco zou de Jeep weer op zijn wielen trekken, terwijl Bart’s Cherokee als anker zou fungeren zodat Bud’s Jeep niet bleef doorrollen. Terwijl Bart zijn Jeep wilde keren, hoorden we een harde knal. We dachten direct aan zijn achteras. Bart stapte uit om te zien of er iets gebroken was. Op dat moment sprong de transfer case in de neutrale stand en begon de Jeep te rollen met niemand erin. Bart probeerde de XJ tegen te houden door aan de deur te hangen (zeer komisch gezicht!!!), maar dat hielp natuurlijk niet. De Jeep knalde tegen een rots. Na veel vloeken (leek wel de Jerry Springer show zonder gepiep), startte Bart zijn Jeep weer en reed 'm achteruit. De schade was beperkt tot een paar krassen op de bumper, omdat een sleephaak de rest van de klap had opgevangen. Een paar seconden later hoorden we gesis: een gat in de zijkant van een Super Swamper. Deze band moest dus vervangen worden. Later heb ik per e-mail nog een berichtje gehad dat ook de ophanging van zijn schokdemper verbogen of afgebroken was.

 

We hadden sleeplinten kruislings aan het frame en de rollbar gedaan, en de Bronco trok de CJ-7 (Pokey) op zijn kant. Ironisch genoeg, had alleen Bud een lier op zijn Jeep. De eerste stap was dus gedaan. Mike moest zijn Bronco verplaatsen voor meer grip om Pokey weer op zijn wielen te krijgen. Mike moest hetzelfde obstakel beklimmen om naar een betere plek te rijden. Hierbij legde hij zijn Bronco bijna op Pokey. Dat zou wat zijn geweest: een roll-over op een Jeep die op z’n kant ligt. Ken’s Jeep moest in actie komen om Mike’s Bronco veilig over het obstakel te loodsen. Omdat de Bronco toch al met een sleeplint verbonden was met Ken’s Jeep, hebben ze samen de CJ-7 op zijn wielen getrokken. Hiervoor moest de Jeep van Bart nog wel even naar achteren, omdat het sleeplint te kort was. Terug op 4 wielen zat Bud met dezelfde situatie als net voor de roll-over: twee wielen (voorkant) al op de rots en de achterwielen nog niet op de rots. Bud startte zijn Jeep zonder problemen, maar besloot om zijn Jeep door Mike over het obstakel te laten trekken.
 

Eerst 7" verhogen van onderen en dan 7" verlagen van boven.

 

Daarna was het tijd om de schade te inventariseren. Het was duidelijk dat de voorruit met frame total-loss was. De motorkap had ook onherstelbare schade opgelopen, net als het rechtervoorscherm. Bud heeft Xenon spatborden en deze komen altijd terug in de oude vorm, dus op een paar krasjes na, waren deze spatborden weer als nieuw. De deur aan de passagierskant was vervormd door de impact van de spiegel en dus ook niet meer bruikbaar. Verder zijn er wat kleine dingen, zoals een gat in de bikinitop waar de roll-bar op de grond rustte. De grootste schade die Bud bespaard is gebleven, is schade door accuzuur. Bud heeft twee Optima accu’s die geheel droog zijn. Hij was degene die me een jaar geleden geadviseerd heeft om de Optima’s te kopen in verband met een eventuele toekomstige roll-over. Oh ja, ook het stuur was krom, omdat Bud zichzelf daaraan vastgreep. Zoals eerder aangehaald, met Bud en mij was alles goed. De grootste schade die ik heb opgelopen, is dat ik mijn broek naar de stomerij moest brengen (niet van de angst), omdat er koffie en olie op gekomen is toen ik ondersteboven hing.

Een CJ-7 met een Jeep Wrangler TJ motorkap.

 

We zijn naar de top van de berg gelopen en hebben even genoten van het uitzicht. Doordat ik niet gewend was aan de hoogte en temperatuur kreeg ik nog een spontane bloedneus. Daarna was het tijd om de Jeep weer rijklaar te maken. We hebben de voorruit met frame verwijderd en olie in de transmissie gedaan. De rest zag er goed uit en we hebben de berg via dezelfde trail verlaten. Details zal ik je besparen. De grootste teleurstelling voor Bud was dat ik het eerste gedeelte met Mike meereed. Later ben ik in zijn Jeep geklommen om hem weer wat zelfvertrouwen te geven. De terugweg van de trail naar de camping was zonder voorruit nogal winderig en de muggen deden pijn in het gezicht.

Bud als "Remi alleen op de wereld" in zijn verlaagde Jeep.

 

Terug bij de camping was het tijd voor de confrontatie met zijn vrouw en de achtergebleven Jeepers. Het eerste wat ze vroegen was waar de voorruit was. Toen realiseerde Bud’s vrouw zich dat we misschien een roll-over hadden gemaakt. Iedereen (inclusief Aileen) vatte het sportief op en hadden spijt dat ze er niet bij waren. We hebben de videoband gedraaid en weer veel gelachen. Bud heeft een nieuwe voorruit met frame besteld, zodat hij de rest van de week gewoon kon offroaden. Tijdens het avondeten hebben we nog gebrainstormd over nieuwe namen. Mij hadden ze voor mijn reis al de "Flying Dutchman" genoemd, dus ik kwam met het idee "Flying Budman". Mike kwam met een nieuwe naam voor de Jeep: "Smokey Pokey", omdat de Jeep nogal rookte na de roll-over (olie in de cilinders). Ik heb wat Club Bulletins (Hans Helmes bedankt) en foto’s van mijn Jeep uitgedeeld. Het stripverhaal van Buddy was overigens zeer toepasselijk J. Ik kreeg wat hotdogs van Pam en Dave (andere Jeep-L’ers), omdat ik geen eten had gekocht. Met behulp van de Jeep Bulletins, heb ik ze nog wat Nederlands geleerd en ze over de offroad situatie in Nederland en omgeving verteld. Ze hadden ook mijn artikel in het Canadees offroadmagazine gelezen. Na wat Corona’s was het tijd om naar mijn camper te gaan om te slapen. De hele avond zag ik lichtflitsen van onweer, maar het was helder en ik hoorde geen donder. Net toen ik mijn trainingsbroek (slaap-outfit) had aangetrokken, begon het licht te regenen. Dit was de eerste regen die ik in mijn vakantie heb gezien. Uitgerekend één dag hiervoor had ik het ventilatieluik in het dak van mijn camper verloren toen ik 150 km/uur op de snelweg van Las Vegas naar Grand Canyon reed bij een zeer sterke wind. Natuurlijk was het luik toen gesloten, maar de wind was gewoon te sterk.

Ik sliep recht onder het gat van dat luik, dus ik moest iets doen om niet nat te worden. Ik klom met mijn koelbox op de motorkap van mijn Chevy, op het dak van de cabine en op het dak van de camper. De koelbox was niet groot genoeg om het volledig gat te dichten, dus ik klom weer op de auto en camper om een vuilniszak onder de koelbox te doen. Eindelijk was alles bedekt. Toen had ik dorst, maar de koelbox stond op de camper. Ik denk dat je nu de procedure wel door hebt. Andere campinggasten zagen wat ik aan het doen was en zullen wel gedacht hebben dat ik compleet gestoord was om in de regen op mijn camper te klimmen en daar een koelbox op te zetten. Eindelijk was het tijd om te slapen.

 

Dag 27 van mijn reis: dinsdag 29 september 1998

 

De laatste weken van mijn reis waren nogal hectisch en druk, dus ik had geen tijd om verder aan mijn reisverslag te werken. De rest van mijn reis heb ik in Nederland beschreven. Dinsdag 29 september 1998 was mijn tweede en tevens laatste offroad-dag in Moab. Aan het begin van de dag zag het er even naar uit dat er niet veel ge-offroad zou worden. Er moesten de nodige reparaties aan de Jeeps worden verricht en iedereen wilde alles nog even checken om zeker te zijn dat er geen bouten waren losgekomen. Bud ging samen met Jeepster Andi naar een schadebedrijf om de eerder bestelde voorruit met frame te betalen. De ruit en het frame zouden binnen 3 dagen aankomen. Bart liet zijn voorband maken, maar toen hij terug kwam van de bandenwinkel merkte hij dat de band nog steeds lucht verloor, maar niet ernstig genoeg om direct terug te gaan. Ik ben met Mike naar een winkel gereden om een nieuw membraam voor zijn carburateur te kopen. Direct daarna vroeg Dave of ik met hem wilde meerijden om zijn Jeep schoon te spuiten en een nieuwe benzinefilter te kopen.

 

Overigens werd ik ‘s morgens door Joel wakker gemaakt. Joel verkoopt Jeep-L spullen. Ik had hem de dag ervoor gezegd dat hij mij moest waarschuwen wanneer hij van de camping vertrok zodat ik nog spullen kon kopen. Ik wist alleen niet dat hij zo vroeg zou vertrekken, maar ik heb nog wat T-shirts gekocht en afscheid van hem genomen. Ook Andi en haar dochtertje vertrokken om weer richting hun huis te gaan. Terwijl iedereen aan zijn Jeep bezig was, heb ik een vuilniszak over het dakraam van mijn camper gedaan en vastgeplakt met tape (dat natuurlijk elke Jeeper bij zich heeft). Later bleek dat dit geen oplossing was om de regen buiten te houden, want de vuilniszak waaide van het dak toen ik over de snelweg reed. Nadat Mike mij een zelfgemaakte brunch aanbood (voornamelijk worst met eieren), werd besloten om toch nog te gaan offroaden. Dave en Pam gingen niet mee, omdat ze eerst nog de nodige on-road kilometers moesten maken met een paar nieuwe Ring and Pinions. De overgebleven offroaders waren Bud en Aileen in de gerolde CJ-7, Scooter Halstead (heet eigenlijk ook Mike) en vrouw Crystal in een CJ-5, Mike en Scooter’s zoon Shawn in een Ford Bronco, en Bart en ik in de 5,5" gelifte Jeep Cherokee XJ. Al deze voertuigen hadden lockers in de voor- en achteras.

 

De trail die we gingen doen, heet Hell’s Revenge. De naam zei mij eigenlijk al genoeg. Onderweg werd er nog even getankt en net voor de trail zijn we even gestopt bij Lion’s Back om te kijken. Alle banden hadden al een lage spanning, dus we konden direct aan de trail beginnen. Het eerste obstakel direct aan het begin was Bump Dump. Dit is een trede naar een grote rots. De trede is ongeveer 2 meter hoog en zo’n 70-80º steil!!! De rots was compleet zwart van het rubber van banden. Zelf zou ik dit nooit met mijn Jeep doen, maar Bart waagde toch een poging met zijn Jeep. Ik zei dat ik uitstapte om foto’s te maken, maar eerlijk gezegd was het toch ook wel beangstigend. Bart deed een aantal rustige pogingen, maar haalde het niet. Het probleem als je het obstakel niet haalt, is terugrijden. Doordat de beklimming zo steil is, zijn de achterwielen vaak van de grond en "staat" de Jeep op de achterbumper en trekhaak. Hard naar achteren, een hoop krassen en maar hopen dat de bumper niet blijft haken zodat je achterover over de kop slaat. Scooter heeft ook een poging gewaagd, maar zijn carburateur liet hem in de steek en door de helling liep er benzine langs zijn benzinedop. We hebben de bypass genomen die overigens ook niet voor Jeepers in kinderschoenen is.

Bump Dump: moet Ik nog meer uitleggen??

 

Het volgende interessant punt was wat modder. Iedereen probeerde zoveel mogelijk modder te omzeilen en zo rustig mogelijk te rijden. Bart vertelde over de CB dat de laatste keer dat hij daar doorheen reed, modder door de radiator liep en het complete ventilatiesysteem ruïneerde. Na ongeveer een half uur rijden, kwamen we bij één van de twee steile rotsbeklimmingen die Hell’s Revenge bevat. Het leek Bart wel verstandig om één voor één naar boven te gaan. De beklimming was steil, maar de grip was goed en de rots ongeveer 5 Jeeps breed. Na ongeveer 5 minuten (ja, de rots was zo hoog) waren Bart en ik boven en hebben we naar de anderen gekeken. We waren even bang voor de gevolgen als een carburateur het onderweg zou begeven, maar al de Jeeps haalden de top. Op de top zagen we dat de lucht wel erg grijs werd en zagen we bliksem in de verte, overigens een schitterend plaatje. Aangezien offroaden op deze steile rotsen met nat weer zeer gevaarlijk is plus twee Jeeps topless reden, besloten we om de trial te verlaten. We moesten overigens nog wel van deze rots af rijden. Voor de afdaling staan boven aan de top twee witte strepen waar je tussen moet rijden (ongeveer twee meter breed), anders kom je waarschijnlijk niet beneden met de banden aan de grond. Ook de afdaling was steil, maar zeker te doen. Om zo snel mogelijk de trail te verlaten, hebben we de tweede beklimming niet gedaan, maar wel het obstakel Tip-Over Challenge. Zoals de naam al zegt, belanden hier nogal wat Jeeps op hun dak of rollbar. Het obstakel bestaat voornamelijk uit een off-camber beklimming. De kunst is om met de juiste snelheid, de wielen op de juiste plaatsen te zetten. Bart had dit al vaker gedaan en had geen problemen. Mike had met zijn Ford Bronco een tweetal pogingen nodig (dankzij zijn carburateur) voordat hij het ook haalde. Scooter had meer problemen met zijn carburateur en probeerde het verschillende keren met meer snelheid. Bij zijn laatste poging sloeg zijn motor af op het moment dat hij bijna achterover met zijn Jeep zou gaan. Mike was er snel bij en voorkwam dat de Jeep achterover sloeg door op de bumper te gaan hangen. Ook Bart kwam net op tijd om nog wat extra gewicht in de schaal te leggen. Scooter werd steeds witter, dus we besloten om hem er met een sleeplint doorheen te trekken. Bud en Aileen besloten om de bypass te nemen. Daarna was het tijd om snel verder te gaan voordat het zou gaan regenen.

Tip-Over Challenge: hou 'm vast!!

 

We zijn nog over mountainbike trails gereden en hebben enig tempo aangehouden. Op een gegeven moment kwamen we op een punt waar we al eerder gereden hadden, oftewel we hadden een rondje gereden. Bart probeerde op dat punt nog een steile rots te beklimmen. Ik voelde de punten van de rots in de bodem van de Jeep priemen en voelde de Jeep naar de zijkant wegglijden. Ik had een deja-vu van de vorige dag en kneep mijn billen samen. Bart staakte op tijd de poging en reed achteruit van de rots. Uiteindelijk na toch wat regen te hebben gehad, kwamen we bij het einde van de trail. Net voordat we de weg opdraaiden, moesten we door het laatste obstakel: Little Sluice of Moab. Deze little sluice is een stuk makkelijker dan de echte Little Sluice van Rubicon (zie volgend deel van dit verslag). Met je rechterbanden moet je over een aantal rotsen waardoor de Jeep zover kantelt, dat je moet oppassen dat je voorruit en bestuurdersdeur niet door de rotsenwand aan de andere kant verpletterd worden.

Bart Jacobs in de Little Sluice of Moab.

 

Eénmaal weer op de verharde weg aangekomen, was de hemel opgeklaard. We besloten om naar het obstakel te gaan waar de meeste roll-overs ter wereld plaats vinden. Het obstakel heet Potato Salad Hill (PSH). De PSH is een korte beklimming van ongeveer 25 meter. De helling is ongeveer 40º. De hoge moeilijkheidsgraad is te danken aan de oneffenheden in de beklimming. De PSH is één rots, maar het lijkt net of er duizenden kleine rotsen op elkaar liggen gestapeld. Het gesteente is bijna geheel zwart van verbrand rubber. Hier en daar liggen naast het obstakel wat voorruiten en andere aanwijzingen van roll-overs. Er was al vrij snel besloten dat niemand de Potato Salad Hill zou doen. Op dat moment kwam er een fonkelnieuwe rode Jeep Cherokee aanrijden. De bestuurder was de winnaar van de Top Truck Challenge 1997 (TTC). Hij had de TTC met zijn Jeep Wrangler TJ gewonnen. De TTC bestaat uit meerdere evenementen in Californië, waaraan elk merk 4x4 voertuig kan meedoen en aan het einde van het jaar de overall-winnaar bekend wordt. De bestuurder van de Cherokee wilde weten wat de grenzen waren van zijn Jeep. Hij vertelde dat hij de Jeep nog maar net van de dealer had gekregen en snel 4" gelift had met de nodige lockers in de assen. Ik vroeg me af of hij wel goed bij zijn hoofd was.
 

Het eerste stuk is niet moeilijk, maar net over de helft moet je een keuze maken. Als je voor een lage snelheid kiest, gaan alle vier wielen gegarandeerd spinnen en kan je terug. Je moet een hogere snelheid aanhouden en je Jeep over de perfecte lijn sturen wat zeker niet meevalt. Meest voorkomende situatie is dat de achterband aan de bestuurderszijde in een groot gat valt en dat de Jeep door de snelheid aan de voorzijde naar links wegglijdt, waardoor je ongeveer zes tot acht keer over de kop slaat. De bestuurder van de rode Cherokee deed het bij de eerste pogingen rustig aan zodat hij nog steeds de volledige controle over zijn Jeep had. Hij wist dat hij het niet met deze snelheid zou halen, maar hij wilde eerst aan de langere wielbasis van zijn Cherokee ten opzichte van zijn Wrangler wennen. De lijn die je met een langere wielbasis moet nemen is compleet verschillend van de lijn die je met een Wrangler zou (moeten) nemen. Na zo’n 10 pogingen, heel wat gepiep van banden, perfecte aanwijzingen en schitterend stuurmanswerk kwam hij over het obstakel. Bij Bart begonnen de handen weer te jeuken en hij wilde het ook proberen. Na iets meer pogingen en een wat ongecontroleerde rit kwam hij ook boven. De Bronco deed het ook nog even zonder ook maar één wiel te spinnen.

 

We gingen terug naar het begin van Hell’s Revenge om nogmaals Dump Bump te proberen. De rode Cherokee kwam er probleemloos op en ook Bart dit keer. De Ford Bronco en de CJ-5 waren kansloos door de kortere wielbasis. Dit is één van de plaatsen waar een langere wielbasis voordelen heeft. De voorbanden zijn dan al aan de top, zodat zij de Jeep er overheen kunnen trekken. Bart Jacobs had de smaak nu helemaal te pakken, en wilde nu Lion’s Back gaan doen. Om bij Lion’s Back te komen moet je een vaag figuur in een caravan geld betalen, omdat hij de doorgangsweg bezit. Bij de poort hangt een bord waarop staat dat je beter niet over Lion’s Back kan rijden en alles op eigen verantwoording gebeurt. Achter de poort van Lion’s Back is niets anders dan Lion’s Back, dus iedereen die betaalt voor doorgang, weet precies wat hem of haar te wachten staat. Voordat we Lion’s Back naderden, zei Bart nog dat de beklimmingen eerder op de dag moeilijker waren. Hij zei dat Lion’s Back zo beroemd is, omdat de rots smal en ERG hoog is. Ik kan je vertellen dat we allemaal met open mond voor Lion’s Back stonden.

Ik had mijn fototoestel aan Mike gegeven die beneden bleef kijken. Bud had zijn camcorder meegenomen, zodat we het later nog live konden terug zien (met de nodige Oooooh, Aaaaah op de achtergrond). Voordat we vertrokken, hebben we iedereen een hand gegeven en gezegd aan wie we de Jeeps zouden nalaten als er iets mis zou gaan. Lion’s Back heeft dit jaar al wat slachtoffers opgeëist. Zo zijn er twee dronken jongens overleden die niet keerden op de top van de rots, maar er aan de andere kant van de rots afreden. Een echtpaar kwam boven in de problemen doordat hun remmen niet optimaal werkten. De man was bijrijder en wilde de transmissie in de parkeerstand schakelen. De versnellingsbak kwam in z’n vrij en de (nieuwe) Jeep reed achter uit Lion’s Back af. Halverwege de afdaling / beklimming is de Jeep van de rots gedonderd. Gevolg: man overleden en vrouw in coma.

Zie het verschil in grootte van de Jeep.

 

Tijd om terug te gaan naar mijn ervaringen met Lion’s Back. De beklimming is de eerste 25 meter ontzettend steil. De rest van de beklimming (duurt overigens ongeveer 5 minuten) is ook steil, maar de eerste 25 meter is direct een test of de Jeep wel in staat is om boven te komen. Op Lion’s Back zie je duidelijk bandensporen van de ideale en enige lijn die je moet nemen. Het probleem is echter dat je tijdens de beklimming alleen blauwe lucht ziet en zeker geen bandensporen door de steile helling. Het voelt net alsof je in een vliegtuig zit. Bud vroeg tijdens de beklimming nog even aan Bart wat het geluid is dat onder zijn Jeep vandaan kwam. Bart antwoordde dat hij het ook wel een interessant geluid vindt. Niet echt het antwoord waar je op aan het wachten bent. Eénmaal boven aangekomen, zagen we dat Lion’s Back nog een heel eind horizontaal doorliep. De bedoeling is dat je boven keert en dezelfde beklimming afdaalt. Het is boven niet echt breed, dus we hebben even gewandeld om het beste / breedste punt uit te zoeken om te keren. Bud en ik stapte uit om aanwijzingen te geven betreffende afstanden tot de afgrond. Wel, we zeiden dat dit de reden was om uit te stappen J. De rots is zo smal dat je zeker 6 keer moet steken om te draaien. Bart vertrouwde ons schijnbaar niet helemaal met de afstanden, want hij was extra voorzichtig. Na een paar minuten hadden we de Jeep met de neus naar de andere kant. We vonden dat we de US$4 meer dan genoeg hadden uitgebuit en besloten om terug te gaan. Omhoog gaan is één, maar de afdaling is voor compleet gestoorden. Eénmaal de afdaling ingezet (beter om niet te kijken als je hoogtevrees hebt) zie je wel bandensporen. Op een gegeven moment lag er een groot gat / spleet voor ons en we wisten niet of we links of rechts moesten rijden. Bandensporen waren hier niet zichtbaar. Bud stapte uit om te kijken, maar durfde ook niet meer dan 5-10 meter te lopen. Gelukkig namen we de goede richting. Bart wees ons gedurende de afdaling de plekken waar mensen de afgrond waren ingestort. Ik zag hier de humor niet van in J. Bud vertelde over de CB nog even aan Aileen waar zijn levensverzekeringspapieren lagen. De laatste 25 meter kijk je volledig de grond in. Je komt volledig los van je stoel en staat gewoon op de "firewall". Heelhuids op de grond aangekomen, was iedereen opgewonden, werden er high-5’s gegeven etc. Bart zei dat hij nooit meer Lion’s Back wilde doen. Voordat ik ooit weer Lion’s Back opga, zou ik eerst de remmen goed controleren en niet meer met een leeglopende band gaan, zoals wij deden. Achteraf zeiden we ook dat dit onverantwoord was, en we zouden hierover verder zwijgen.

 

Terug op de camping wisselden we met Kevin Whyte, Pam en Dave Wills verhalen uit over de gebeurtenissen van de dag. Pam en Dave waren jaloers en wilde direct Potato Salad Hill doen. Kevin reed met Bart en mij mee. We reden nog even langs Lion’s Back om Pam en Dave nog jaloerser te maken. Daarna reden we naar PSH. Dave wilde PSH meteen doen na wat aanwijzingen. Hij liet zijn Boggers tot 10 psi leeglopen wat overigens niet te zien was met Beadlock velgen. Hij kwam onder aan de helling en probeerde het een aantal keren, nadat de carburateur hem daarvoor een aantal keren in de steek liet. Bij zijn laatste poging gaf hij zoveel gas dat er stukjes van de rots afbraken die om mijn oren vlogen. Net voordat ik dacht dat hij een roll-over zou maken, hield het (schitterend) gebrul van de dikke V8 op. Hij stond halverwege de beklimming stil en kwam rustig tot de conclusie dat dit rock crawlen misschien toch niks voor hem is. Hij vertelde me dat hij voor Moab alleen maar wat over stranden scheurden. Hij heeft sindsdien zijn Jeep wel "wat" veranderd, en voor mij heeft hij de meest geschikte Jeep voor de rotsen. Zijn Jeep is ervoor gebouwd: dikke V8, Detroit lockers in Dana 44’s, 5.38 R&P’s, Spring-Over Axle, 33x14,50 Boggers op Beadlock velgen etc. Hij reed overigens nog wel zonder schokdempers aan de voorkant....

Dave Wills doet Patato Salad Hill

 

Om even terug te komen op PSH, we hebben hem er overheen getrokken met een sleeplint. Bart liet met zijn Jeep XJ nog een keer zien hoe het wel moest. Hij vroeg of ik hem enige aanwijzingen van buitenaf kon geven, omdat ik al had gezien hoe hij het eerder op de dag deed. Na een paar pogingen haalde hij PSH. Het begon al donker te worden, dus we gingen snel terug naar de camping. Daar hebben we nog veel gepraat en gelachen. Ik ging nog snel even douchen, en voor mij was het tijd om vaarwel te zeggen. Ik ben vertrokken richting Yellowstone National Park met direct een gevoel van heimwee naar Moab. Nog maar een paar minuten van Moab, besloot ik om daar vaker als een soort bedevaart naartoe te gaan. Dit is het Jeep-paradijs!!!! Ik dacht ook nog even terug aan al die vrienden die ik daar heb ontmoet. Allemaal schitterende personen, zelfs die met die &*#*#^@ Bronco. Met prachtige onweer om me heen en een strakke wind reed ik richting een rustplaats die mijn Jeepvrienden hadden beschreven. Net voor deze rustplaats, in Price, zag ik een Wal*Mart supermarkt waar ik op de parkeerplaats in mijn camper heb geslapen. Daar was het weer een stuk slechter, dus tijd om de koelbox op het dak te zetten. De nachtrust werd ook nog eens verstoord door een vrachtwagenchauffeur die op de parkeerplaats nieuwe auto’s aan het lossen was. Toch heb ik nog een paar uurtjes geslapen.

  

 

                   

Gilbert Verkuijlen.
E-mail: Gilbert@moab.nl
Website: www.moab.nl